Weblog

Deze rubriek bestaat uit korte artikelen waarin een bijzondere vondst, document of bron wordt belicht.

Bij toeval kwam ik in oude krantenberichten Philippus Meinsma tegen. Als patriot was hij al in 1787 actief in Friesland, met gevangenschap en verbanning tot gevolg. In 1796 komt hij na een coup van radicale patriotten opnieuw in de problemen. Dit artikel zet een aantal vondsten over hem op een rij. Van zijn meest sprekende krantenartikel is een transcriptie gemaakt.

De "Stukken betreffende de diaconie der vreemdelingen te Emden 1560-1576" werpen weer iets meer licht op de herkomst van de familie Staphorstius .

In eenĀ eerder artikel beschreef ik een brief die in 1779 in Surhuizum door Alida Schouten werd geschreven en bestemd was voor haar neef Fredrik Bernard Giffenig te Mannar (Ceylon). De brief is buitgemaakt door de Engelsen tijdens de Vierde Engels-Nederlandse Oorlog. Pas later heb ik informatie gevonden over het schip waarmee deze brief werd vervoerd. Dat leverde meer op dan ik had verwacht.

Mijn verre voorvader Michiel Gabbes was schipper en woonde in Harlingen. Vrij toevallig ontdekte ik dat hij tweemaal wordt genoemd in de Besluiten der Staten-Generaal. De eerste keer is hij in Oostende gevangene van Duinkerker kapers (1626). De tweede keer is zijn schip in beslag genomen namens de koning van Denemarken (1629).

Op de website Brieven als Buit vond ik een brief uit 1779 van Alida Schouten uit 'Surhuisen in Vriesland'. Ze schreef deze brief aan haar neef Fredrik Bernard Giffenig te 'Manner'. Volgens de website kwam de brief uit Duitsland, maar het was mij meteen duidelijk dat het om Surhuizum in Achtkarspelen ging. Over de bestemming tastten de makers van de website in het duister. Het is mij met de nodige moeite gelukt de woonplaats van de geadresseerde te achterhalen, samen met allerlei gegevens over hem en zijn familie. Ook over de meeste andere personen uit de brief heb ik wel iets gevonden. Dit alles is beschreven in dit artikel. Dit is een aangepaste versie met enkele aanvullingen en correcties (4-5-2014).

In mijn artikel 'De Emder wortels van de familie Staphorstius' (2010) noemde ik wijnheer en ammunitiemeester Jan van Benthem en zijn vrouw Rixt Simons, en het grote huis dat ze rond 1600 in Leeuwarden aan de Voorstreek bewonen. Later ontdekte ik in de 'Betalingsordonnanties op de ontvanger-generaal' dat Benthem een zeer gerenommeerde herberg was. Dat werd bevestigd door een artikel in de Leeuwarder Courant (28-12-2012). De herberg Benthem blijkt een oud steenhuis uit de eerste helft van de zestiende eeuw te zijn. Een mooie aanleiding om in dit artikel de eerder gevonden gegevens op een rij te zetten.

In 1783 maakt mijn voorvader IJe Symens met zijn neef Hepke Egberts een reis van twee weken langs een aantal Hollandse steden. De laatste maakt hiervan een verslag op rijm, dat voor zover bekend alleen is overgeleverd via een afschrift dat een zoon later heeft gemaakt. De reizigers komen beide uit vooraanstaande boerenfamilies. IJe Symens (later Luimstra) woont in Surhuisterveen aan de huidige Blauwhuisterweg. Hepke Egberts (later Buma) woont op de boerderij Buwetille onder Surhuizum.

In juli 2011 heb ik meegewerkt aan een initiatief van Tresoar om de gegevens van de Volkstelling van 1744 in te voeren. Ik heb toen alle gegevens van de gemeente Achtkarspelen ingevoerd. Uiteindelijk zullen de gegevens van heel Friesland te doorzoeken zijn op tresoar.nl. De gegevens van Achtkarspelen stel ik alvast beschikbaar in de vorm van een lijst.

Suffridus Saarda studeerde aan de universiteit van Franeker, waar hij later ook promoveerde. Tijdens zijn studie legde hij een album amicorum aan (1604). Dat 'vriendenboek' bevat bijdragen van o.a. hoogleraren en medestudenten. Later werd het gebruikt voor familienotities. Die aantekeningen heb ik nu grotendeels ontcijferd.

Het is nu duidelijk waar mijn overgrootouders Simon Reinders Luimstra en Antje Hielkes Bakker precies hebben gewoond en waar mijn grootmoeder Tjimkje Luimstra is geboren.